Nooit meer lek! Peter van Dalsem

Persoonlijke herinneringen aan Gerrit Knol

Het was 2005. Op 14 mei rond 11.00 uur doofde ik mijn sprietsigaar. Het smaakte niet lekker. Ik was al van plan te stoppen, maar kon de laatste stap nog niet zetten. Om 11.05 uur pakte ik spontaan mijn doosje sigaren op, verfrommelde het in mijn handen en gooide van wat ooit sigaren in een doosje waren in de vuilnisbak. Zo, nu nog even volhouden en dan ben ik er vanaf.

Op 15 mei kwam ik Cees van de Ven tegen, toen had hij nog een fietsenzaak aan de Leijsenhoek. Ik kende hem redelijk goed. Ik vroeg naar zijn voorraad racefietsen, niet te duur, just for fun zei ik. In zijn zaak in Tilburg stond nog een restant van een overname, ga daar maar eens kijken. Dezelfde middag stond ik in Tilburg voor een ruime etalage, geen racefiets te zien. Eenmaal binnen trof ik achterin de zaak een sextet racefietsen aan. Al snel was mijn keus gemaakt. Die witte met de zwarte letters. Mijn maat werd professioneel opgemeten, en de volgende ochtend kon ik de racefiets ophalen.

Inmiddels is het augustus. Samen met mijn vriend elke week twee maal gefietst, heerlijk is dat. BN/deStem meldt dat zij in mei 2006 naar Alpe d’Huez gaan. Ik was een van de eerste inschrijvers geloof ik. Maar de fiets had een onderhoudsbeurt nodig. Mijn fietsvriend wist wel iemand. Even bellen en je kon gewoon komen. Ik kreeg wel het advies mee niemand tegen te spreken. Op afgesproken tijdstip meld ik mij. Nadat eerst ik goedkeurend werd bekeken, kreeg daarna de fiets een soort van flits-APK-keuring. “Waar heb je die fiets gekocht” was de eerste vraag. “ik ken dat merk niet”, was de volgende kritische opmerking. Nou, ik zal hem nakijken en kom hem morgenochtend maar halen werd mij medegedeeld.

Nou, dat was een eerste kennismaking met wat later “onze fietsenmaker” werd genoemd. Het viel niet mee. De volgende ochtend, toch nog onder de indruk, meldde ik mij op het afgesproken tijdstip. De deur was al open voor ik aanbelde. Mijn racemonster stond daar te pronken alsof deze nieuw was. Al gauw werd mij duidelijk dat de fietsenmaker niet helemaal enthousiast was over mijn racefiets. Er mankeerde van alles aan, maar hij had nog wel een leuk jong fietsje aan de haak hangen. Twijfels. Is dat echt zo? Heb ik een miskoop? Even doorpraten bedacht ik. Na 5 minuten had ik toch wel een goede koop gedaan, een keurig prijsje betaald en kon ik nog jáááren met deze fiets verder.
Het fietsvirus had mij te pakken. Ik overlegde met mijn fietsvriend. Aansluiten bij een toerclub?  Eens op de terugweg bij Bavel, haalde een clubje fietsers ons in. Wij werden bestraffend toegesproken omdat mijn fietsvriend even met losse handen reed om zijn rug te ontlasten. Aanpikken riep ik en zo geschiedde. We kwamen meteen in gesprek en werden, na ingewonnen informatie, meteen gekoppeld aan wat later bleek de secretaris te zijn. We mochten meerijden, een paar keer of proef dus, om daarna lid te worden. Te gek vonden wij.

Het is een schitterend najaar in 2006. September en dan nog bijna 30 graden. Enigszins  onzeker komen mijn  fietsvriend en ik aan bij de Warande. Keurig op tijd. Fiets in orde en gepoetst. Het voorstelrondje begint en vanaf mijn rechterzijde hoor ik “Mogen deze wel meefietsen in afwijkende kleuren”?  Ik begin weer te twijfelen, maar gelukkig bleek snel dat er iemand in de groep er een gewoonte van maakte zo nieuwelingen te verwelkomen. Een vorm van acceptatie dus. Het tempo was goed te volgen, onze stuurkunst kon nog worden bijgeschaafd, maar niemand klaagde. Na ongeveer een uurtje rijden werd en keihard ” LEK” geroepen. Meteen in de remmen, schichtig omkijkend naar wat de rest ging doen. Wat bleek, de roeper stond aan de kant van de weg zijn blaas te legen tegen een eikenboom en de hele groep stond gedwee te wachten. Dit ritueel volgde elke rit.

Inmiddels is het maart 2012. Ik ben de tel kwijt geraakt van het aantal keren dat wij voor een pseudolek hebben moeten wachten. Erger, als er niet binnen 1,5 uur na vertrek een lek werd aangekondigd, kwamen enkelen van ons in de problemen omdat er toch wel geplast moest worden. Ja, die fietsenmaker, de plasser, de regisseur, de positief kritische mens Gerrit Knol, daar hebben wij vandaag afscheid van genomen. Het is een hard gelag hem te moeten missen. Zijn humor, zijn belangstelling, zijn handigheid, zijn ZIJN, het zal niet eenvoudig zijn hem te vergeten. Hij zal onze weg wel volgen vanaf zijn eigen wolkje en soms hoofdschuddend ons kritisch beoordelen.

Hij ruste in vrede.